Léon Berben heeft recentelijk ook een choc ontvangen voor de eerder genoemde cd met muziek van de Spaanse componist Juan Cabanilles.
woensdag 18 maart 2009
dinsdag 10 maart 2009
Recensie cd met werk van Cabanilles
Er is een positieve recensie verschenen in Concerto, het magazine voor oude muziek in Duitsland, van de reeds bekroonde cd van Leon Berben, met wer
k van Cabanilles. Zoals eerder op deze blog is aangegeven bespeelt hij op deze cd het fraaie orgel van de Saint Martin te Tours. Wanneer u op de foto klkt, kunt u de Duitstalige recensie lezen:
maandag 2 maart 2009
In het Rd van maandag staat het interessante interview met Philippe Herreweghe
De man achter het merk Herreweghe
Herreweghe is een merk. Wie zegt voor de uitvoering van de cantates van Bach het liefst een cd van Philippe Herreweghe aan te schaffen, bedoelt daarmee dat alleen het beste goed genoeg is. De man achter het merk is een breed georiënteerde en gepassioneerde dirigent. Verslag van een ontmoeting in België.
Het is nog niet zo eenvoudig om een afspraak te maken met Herreweghe. De contacten lopen via harmonia mundi Nederland, dat afhankelijk is van de platenmaatschappij in Frankrijk, die het verzoek weer moet neerleggen bij het ensemble Collegium Vocale Gent. Op de aangegeven data zou het toch niet schikken bij de dirigent.
Totdat Herreweghe zelf belt. „Ik zie in m’n agenda dat we deze week een afspraak hadden”, klinkt het allervriendelijkst met een zwaar Vlaams accent. „Dat gaat niet meer lukken.”
Of het mogelijk is hem thuis op te zoeken? „Dan moet ge naar Italië komen. Als ik in mijn huis in Brussel of Frankrijk verblijf, ben ik continu aan het werk. Als ik even vrij heb, ben ik in Italië.”
Het wordt Antwerpen, na afloop van een repetitie in het Filharmonisch Huis aldaar.
Diamant
Deze middag staat Igor Stravinsky op het programma. Met een selectie uit het Vlaamse symfonieorkest deFilharmonie en uit het vocaal ensemble Collegium Vocale Gent voert Herreweghe aan het eind van de week een programma uit met onder andere de Mis en de Psalmensymfonie van deze 20e-eeuwse Russische componist.
Met vaart dirigeert Herreweghe -zwarte broek, wit poloshirt, voorovergebogen, priemende ogen door de ronde brillenglazen- de musici door de lastige partituur. Ondertussen heeft hij oor voor het kleinste detail. Een trombonist moet het ontgelden als hij keer op keer geen zuivere kwartsprong weet te maken.
De musici vormen een bont internationaal gezelschap. Maar Herreweghe schakelt moeiteloos tussen Vlaams, Duits, Engels en Frans. Toch kan een van de zangers het niet helemaal volgen. Waar zij dan vandaan komt? „Russia.” Tja, dat wordt moeilijk.
Over hoe het Kyrie -„een blinkende diamant”- aan het eind van de repetitie klinkt, is de dirigent enthousiast. „Wonderful! Sehr gut!” Morgen moeten de musici weer om 10.00 uur klaarstaan.
Het is leerzaam om onder leiding van Herreweghe te werken, zegt een van de instrumentalisten na afloop. „Hij is een zeer muzikaal mens, die weet wat hij wil. Soms is hij echter wel wat chaotisch en warrig. Dan verkeert hij in hogere sferen. Hij heeft dan iets in zijn hoofd, maar kan op dat moment niet goed op ons overdragen wat hij nu precies wil.”
Langzame tred
Zo energiek en krachtig als hij achter de lessenaar stond, zo vermoeid en oud oogt Herreweghe als hij even later -lange zwarte jas, soort keppeltje op- met langzame tred naar zijn zwarte Audi loopt. Hij wil het gesprek graag in een restaurant voeren, zodat hij ondertussen kan eten. „Dan hoeft dat niet meer als ik in Brussel kom; kan ik direct door met voorbereiden voor morgen.”
Of hij veel interviews heeft? „Acht per week”, zegt hij met gevoel voor overdrijving.
En dan al die uren in de auto, kriskras door de Benelux. „Dat is het meest vermoeiende van mijn bestaan.” Niet dat hij niks doet, al die tijd achter het stuur. „Dit is mijn persoonlijke studio”, wijst hij rond. „Hier beluister ik opnamen van musici die willen dat ik hen beoordeel.”
In de eetgelegenheid aan de haven is Herreweghe duidelijk een bekende; hij wordt met alle egards begroet.
Als hij even later aan tafel zit, laat hij zijn agenda zien. Die is bijna volledig ingekleurd. „Het Collegium Vocale Gent, deFilharmonie, het Orchestre des Champs-Elysées, La Chapelle Royale: alles heeft een andere kleur. En zoals je ziet, is er de komende maanden maar weinig wit.” Hij werkt zo’n tachtig uur per week. „Ik heb nogal veel energie; ik kan bergen verzetten.”
Ondanks de drukte geniet Herreweghe met volle teugen. „Ik heb een heerlijk leven, fantastisch. Mijn hele leven is muziek.” Van ophouden wil de nu 61-jarige dirigent niet horen. „Ik ga door tot ik erbij doodval.”
Zijn vrouw, de uit Rotterdam afkomstige Ageet Zweistra, kent het leven van een musicus. Ze is een bekende celliste en voert onder andere het Franse Orchestre des Champs-Elysées aan. „Helaas hebben we geen kinderen”, zegt Herreweghe.
Jezuïeten
Philippe groeit op in een „burgerlijk” gezin, waar niet echt veel interesse voor cultuur is. Zijn ouders sturen hem naar school bij de jezuïeten. „Een zeer goede school, wel streng. Maar deze jezuïeten waren mooie mensen.”
Religie speelt een grote rol tijdens de opleiding. „Iedereen was religieus. Alle dagen gingen we naar de mis. Daar heb ik leren zingen in het koor.”
Of hij nu nog gelovig is? „Dat verschilt per periode: op en af. Ik zit nu in een negatieve fase. Ik ben geen vurig katholiek meer; ik geloof nog een klein beetje.” Desondanks is hij blij met zijn godsdienstige achtergrond. „Bij het uitvoeren van geestelijke werken is het van belang dat je kunt aanvoelen waar het om gaat.”
Bij de jezuïeten leert hij ook de cultuur kennen. „Ik heb zeven jaar Latijn en Grieks gehad, retorica kwam ook aan de orde.” Met name de latere bekende auteur Herwig Arts drukt een groot stempel op de jonge Philippe. „Hij organiseerde als docent na de les aparte cultuursessies over schilderkunst, poëzie, muziek. Hij heeft mijn gevoel voor schoonheid aangewakkerd.”
Naast school gaat Philippe „zeer vroeg” naar het conservatorium om piano te studeren: als 7-jarig jochie. Op z’n vijftiende behaalt hij z’n diploma. Intussen krijg hij als 14-jarige bij het jezuïetenkoor het dirigeerstokje in handen gedrukt. „Ik had een zeker talent, denk ik.”
Toch wil hij niet de muziek in. Hij kiest voor de studie geneeskunde en psychiatrie aan de universiteit van Gent, waar hij in 1975 afstudeert als psychiater.
Barokmuziek
Intussen rolt het muzikale balletje verder. Herreweghe richt als student in 1970 een koor op: het Collegium Vocale Gent. Het wordt een succes. „Het waren gewoon vriendinnen bij mij uit de straat, onder wie Dominique Verkinderen, later getrouwd met de Belgische premier Guy Verhofstadt. Toevallig pasten de zangers ongelooflijk goed bij elkaar. Ik had blijkbaar talent om de goede stemmen eruit te halen. Het was en is een fantastische groep.”
Met zijn koor legt hij zich toe op het uitvoeren van barokmuziek op authentieke wijze. Dat wordt bekend bij grootheden op dat terrein als Nicolaus Harnoncourt en Gustav Leonhardt. Zij vragen Herreweghe mee te doen aan een project om alle cantates van Bach uit te voeren. „Een enorme eer. Ik voelde me een snotaap. Maar op deze manier plukten wij de vruchten van de bloei van de oudemuziekbeweging.”
'Vooral Leonhardt noemt Herreweghe met ere. „Hij is een van de beroemdste klavecinisten van de 20e eeuw. Hoe hij Bach speelt, dat grenst aan het ongelooflijke. Hij is mijn meester op het gebied van de oude muziek. De katalysator, mijn muzikale mentor en geestelijke vader.”
Herreweghe gaat verder. In 1977 sticht hij in Parijs het vocaal en instrumentaal ensemble La Chapelle Royale, waarmee hij Franse barokmuziek uitvoert.
Gaandeweg wordt hij een van de sterdirigenten op het terrein van de barokmuziek, in één adem genoemd met John Eliot Gardiner, Harnoncourt, Ton Koopman en Masaaki Suzuki. Zijn oudemuziekproducten verschijnen vooral op het prestigieuze Franse label harmonia mundi.
Omslag
Rond z’n veertigste vindt er echter een omslag plaats. Herreweghe richt het Orchestre des Champs-Elysées op, dat gespecialiseerd is in repertoire uit de romantische en preromantische periode op originele instrumenten. En weer later verbindt hij zich aan het Antwerpse symfonieorkest deFilharmonie, waarmee hij klassieke en eigentijdse muziek uitvoert. In een groots project nam hij met deFilharmonie alle symfonieën van Beethoven op.
„Ik ben in feite als dirigent autodidact. Gaandeweg leerde ik vanuit de oude muziek steeds meer latere muziek kennen. En toen voelde het barokrepertoire alleen ineens te eng. Zo ben ik de orkestwereld binnengerold.”
Hij noemt het „eigenaardig” als je je als dirigent beperkt tot de 18e eeuw. „Bij mensen als Leonhardt, die ik zeer hoog heb staan, houdt de muziek op bij de moderne wereld van na de Franse Revolutie. Dat is dikwijls zeer bekrompen. Zo denkt men in Staphorst, tenminste zoals ik over dat dorp hoor praten. Ik vind zo’n beperkte visie stompzinnig.”
De bloeiperiode van de oude muziek is volgens hem voorbij. „Daar moet je niet in blijven steken. Natuurlijk, Bachs muziek is van zeer grote kwaliteit. En we hebben de edele taak om die te blijven uitvoeren. Maar als je eerlijk bent, doe je niets nieuws als je een cantate van Bach opneemt. Op een bepaalde manier is dat opgewarmde kost.”
Herreweghe wil dan ook niet als puritein te boek staan. „Ik houd van kwaliteit en van een zeer brede blik op de cultuur. Ik wordt geboeid door een bepaalde componist, en dan ga ik er helemaal voor. Ik vlinder zogezegd van bloem naar bloem. Het leven als musicus is al zo’n beperking. Dan wil ik binnen die muziekwereld graag zo veel mogelijk goede muziek leren kennen en uitvoeren. Inderdaad, je kunt niet alles even goed uitvoeren. Als je het maar eerlijk doet en met enthousiasme.”
Hij heeft genoten van het opnemen van de laatste cd met renaissancemuziek van Orlando di Lasso. „Maar ik beleef net zo veel vreugde aan een symfonie van Beethoven. Ik wil enkel muziek maken. En dat bevalt me goed.”
Wie voor hem de grootste componist is? „Ongetwijfeld Beethoven. Die torent hoog uit boven alle andere componisten. Hij was een genie.”
De man achter het merk Herreweghe
Herreweghe is een merk. Wie zegt voor de uitvoering van de cantates van Bach het liefst een cd van Philippe Herreweghe aan te schaffen, bedoelt daarmee dat alleen het beste goed genoeg is. De man achter het merk is een breed georiënteerde en gepassioneerde dirigent. Verslag van een ontmoeting in België.
Het is nog niet zo eenvoudig om een afspraak te maken met Herreweghe. De contacten lopen via harmonia mundi Nederland, dat afhankelijk is van de platenmaatschappij in Frankrijk, die het verzoek weer moet neerleggen bij het ensemble Collegium Vocale Gent. Op de aangegeven data zou het toch niet schikken bij de dirigent.
Totdat Herreweghe zelf belt. „Ik zie in m’n agenda dat we deze week een afspraak hadden”, klinkt het allervriendelijkst met een zwaar Vlaams accent. „Dat gaat niet meer lukken.”
Of het mogelijk is hem thuis op te zoeken? „Dan moet ge naar Italië komen. Als ik in mijn huis in Brussel of Frankrijk verblijf, ben ik continu aan het werk. Als ik even vrij heb, ben ik in Italië.”
Het wordt Antwerpen, na afloop van een repetitie in het Filharmonisch Huis aldaar.
Diamant
Deze middag staat Igor Stravinsky op het programma. Met een selectie uit het Vlaamse symfonieorkest deFilharmonie en uit het vocaal ensemble Collegium Vocale Gent voert Herreweghe aan het eind van de week een programma uit met onder andere de Mis en de Psalmensymfonie van deze 20e-eeuwse Russische componist.
Met vaart dirigeert Herreweghe -zwarte broek, wit poloshirt, voorovergebogen, priemende ogen door de ronde brillenglazen- de musici door de lastige partituur. Ondertussen heeft hij oor voor het kleinste detail. Een trombonist moet het ontgelden als hij keer op keer geen zuivere kwartsprong weet te maken.
De musici vormen een bont internationaal gezelschap. Maar Herreweghe schakelt moeiteloos tussen Vlaams, Duits, Engels en Frans. Toch kan een van de zangers het niet helemaal volgen. Waar zij dan vandaan komt? „Russia.” Tja, dat wordt moeilijk.
Over hoe het Kyrie -„een blinkende diamant”- aan het eind van de repetitie klinkt, is de dirigent enthousiast. „Wonderful! Sehr gut!” Morgen moeten de musici weer om 10.00 uur klaarstaan.
Het is leerzaam om onder leiding van Herreweghe te werken, zegt een van de instrumentalisten na afloop. „Hij is een zeer muzikaal mens, die weet wat hij wil. Soms is hij echter wel wat chaotisch en warrig. Dan verkeert hij in hogere sferen. Hij heeft dan iets in zijn hoofd, maar kan op dat moment niet goed op ons overdragen wat hij nu precies wil.”
Langzame tred
Zo energiek en krachtig als hij achter de lessenaar stond, zo vermoeid en oud oogt Herreweghe als hij even later -lange zwarte jas, soort keppeltje op- met langzame tred naar zijn zwarte Audi loopt. Hij wil het gesprek graag in een restaurant voeren, zodat hij ondertussen kan eten. „Dan hoeft dat niet meer als ik in Brussel kom; kan ik direct door met voorbereiden voor morgen.”
Of hij veel interviews heeft? „Acht per week”, zegt hij met gevoel voor overdrijving.
En dan al die uren in de auto, kriskras door de Benelux. „Dat is het meest vermoeiende van mijn bestaan.” Niet dat hij niks doet, al die tijd achter het stuur. „Dit is mijn persoonlijke studio”, wijst hij rond. „Hier beluister ik opnamen van musici die willen dat ik hen beoordeel.”
In de eetgelegenheid aan de haven is Herreweghe duidelijk een bekende; hij wordt met alle egards begroet.
Als hij even later aan tafel zit, laat hij zijn agenda zien. Die is bijna volledig ingekleurd. „Het Collegium Vocale Gent, deFilharmonie, het Orchestre des Champs-Elysées, La Chapelle Royale: alles heeft een andere kleur. En zoals je ziet, is er de komende maanden maar weinig wit.” Hij werkt zo’n tachtig uur per week. „Ik heb nogal veel energie; ik kan bergen verzetten.”
Ondanks de drukte geniet Herreweghe met volle teugen. „Ik heb een heerlijk leven, fantastisch. Mijn hele leven is muziek.” Van ophouden wil de nu 61-jarige dirigent niet horen. „Ik ga door tot ik erbij doodval.”
Zijn vrouw, de uit Rotterdam afkomstige Ageet Zweistra, kent het leven van een musicus. Ze is een bekende celliste en voert onder andere het Franse Orchestre des Champs-Elysées aan. „Helaas hebben we geen kinderen”, zegt Herreweghe.
Jezuïeten
Philippe groeit op in een „burgerlijk” gezin, waar niet echt veel interesse voor cultuur is. Zijn ouders sturen hem naar school bij de jezuïeten. „Een zeer goede school, wel streng. Maar deze jezuïeten waren mooie mensen.”
Religie speelt een grote rol tijdens de opleiding. „Iedereen was religieus. Alle dagen gingen we naar de mis. Daar heb ik leren zingen in het koor.”
Of hij nu nog gelovig is? „Dat verschilt per periode: op en af. Ik zit nu in een negatieve fase. Ik ben geen vurig katholiek meer; ik geloof nog een klein beetje.” Desondanks is hij blij met zijn godsdienstige achtergrond. „Bij het uitvoeren van geestelijke werken is het van belang dat je kunt aanvoelen waar het om gaat.”
Bij de jezuïeten leert hij ook de cultuur kennen. „Ik heb zeven jaar Latijn en Grieks gehad, retorica kwam ook aan de orde.” Met name de latere bekende auteur Herwig Arts drukt een groot stempel op de jonge Philippe. „Hij organiseerde als docent na de les aparte cultuursessies over schilderkunst, poëzie, muziek. Hij heeft mijn gevoel voor schoonheid aangewakkerd.”
Naast school gaat Philippe „zeer vroeg” naar het conservatorium om piano te studeren: als 7-jarig jochie. Op z’n vijftiende behaalt hij z’n diploma. Intussen krijg hij als 14-jarige bij het jezuïetenkoor het dirigeerstokje in handen gedrukt. „Ik had een zeker talent, denk ik.”
Toch wil hij niet de muziek in. Hij kiest voor de studie geneeskunde en psychiatrie aan de universiteit van Gent, waar hij in 1975 afstudeert als psychiater.
Barokmuziek
Intussen rolt het muzikale balletje verder. Herreweghe richt als student in 1970 een koor op: het Collegium Vocale Gent. Het wordt een succes. „Het waren gewoon vriendinnen bij mij uit de straat, onder wie Dominique Verkinderen, later getrouwd met de Belgische premier Guy Verhofstadt. Toevallig pasten de zangers ongelooflijk goed bij elkaar. Ik had blijkbaar talent om de goede stemmen eruit te halen. Het was en is een fantastische groep.”
Met zijn koor legt hij zich toe op het uitvoeren van barokmuziek op authentieke wijze. Dat wordt bekend bij grootheden op dat terrein als Nicolaus Harnoncourt en Gustav Leonhardt. Zij vragen Herreweghe mee te doen aan een project om alle cantates van Bach uit te voeren. „Een enorme eer. Ik voelde me een snotaap. Maar op deze manier plukten wij de vruchten van de bloei van de oudemuziekbeweging.”
'Vooral Leonhardt noemt Herreweghe met ere. „Hij is een van de beroemdste klavecinisten van de 20e eeuw. Hoe hij Bach speelt, dat grenst aan het ongelooflijke. Hij is mijn meester op het gebied van de oude muziek. De katalysator, mijn muzikale mentor en geestelijke vader.”
Herreweghe gaat verder. In 1977 sticht hij in Parijs het vocaal en instrumentaal ensemble La Chapelle Royale, waarmee hij Franse barokmuziek uitvoert.
Gaandeweg wordt hij een van de sterdirigenten op het terrein van de barokmuziek, in één adem genoemd met John Eliot Gardiner, Harnoncourt, Ton Koopman en Masaaki Suzuki. Zijn oudemuziekproducten verschijnen vooral op het prestigieuze Franse label harmonia mundi.
Omslag
Rond z’n veertigste vindt er echter een omslag plaats. Herreweghe richt het Orchestre des Champs-Elysées op, dat gespecialiseerd is in repertoire uit de romantische en preromantische periode op originele instrumenten. En weer later verbindt hij zich aan het Antwerpse symfonieorkest deFilharmonie, waarmee hij klassieke en eigentijdse muziek uitvoert. In een groots project nam hij met deFilharmonie alle symfonieën van Beethoven op.
„Ik ben in feite als dirigent autodidact. Gaandeweg leerde ik vanuit de oude muziek steeds meer latere muziek kennen. En toen voelde het barokrepertoire alleen ineens te eng. Zo ben ik de orkestwereld binnengerold.”
Hij noemt het „eigenaardig” als je je als dirigent beperkt tot de 18e eeuw. „Bij mensen als Leonhardt, die ik zeer hoog heb staan, houdt de muziek op bij de moderne wereld van na de Franse Revolutie. Dat is dikwijls zeer bekrompen. Zo denkt men in Staphorst, tenminste zoals ik over dat dorp hoor praten. Ik vind zo’n beperkte visie stompzinnig.”
De bloeiperiode van de oude muziek is volgens hem voorbij. „Daar moet je niet in blijven steken. Natuurlijk, Bachs muziek is van zeer grote kwaliteit. En we hebben de edele taak om die te blijven uitvoeren. Maar als je eerlijk bent, doe je niets nieuws als je een cantate van Bach opneemt. Op een bepaalde manier is dat opgewarmde kost.”
Herreweghe wil dan ook niet als puritein te boek staan. „Ik houd van kwaliteit en van een zeer brede blik op de cultuur. Ik wordt geboeid door een bepaalde componist, en dan ga ik er helemaal voor. Ik vlinder zogezegd van bloem naar bloem. Het leven als musicus is al zo’n beperking. Dan wil ik binnen die muziekwereld graag zo veel mogelijk goede muziek leren kennen en uitvoeren. Inderdaad, je kunt niet alles even goed uitvoeren. Als je het maar eerlijk doet en met enthousiasme.”
Hij heeft genoten van het opnemen van de laatste cd met renaissancemuziek van Orlando di Lasso. „Maar ik beleef net zo veel vreugde aan een symfonie van Beethoven. Ik wil enkel muziek maken. En dat bevalt me goed.”
Wie voor hem de grootste componist is? „Ongetwijfeld Beethoven. Die torent hoog uit boven alle andere componisten. Hij was een genie.”
woensdag 28 januari 2009
Orgelcd met werken van C. Ph. E. Bach
Léon Berben heeft een aantal weken geleden een nieuwe cd u
itgebracht bij het nieuwe label Misty records. Hij bespeelt het orgel van de Kleine van de Evan-gelische Kirchenge-meinde Eckenhage werken van Carl Philipp Emanuel Bach (1714-1788). Het zou aardig zijn dat Berben ook de andere werken
van Carl Philipp Emanuel gaat opnemen. Op deze cd staan inmiddels de helft van de sonaten, en een aanvulli
ng met de fuga's en koraalvoor-spelen zou een aanwinst zijn.
Zie voor het uitvoerige programma van de gespeelde werken de foto van de achterzijde van de cd.
Wanneer u op de foto klinkt wordt deze vergroot.
Zie voor het uitvoerige programma van de gespeelde werken de foto van de achterzijde van de cd.
Wanneer u op de foto klinkt wordt deze vergroot.
maandag 26 januari 2009
In het Reformatorisch Dagblad staat het volgende bericht:
Geen Matthäus Passion door geldproblemen
AMSTERDAM – Het Amsterdam Baroque Orchestra & Choir van Ton Koopman heeft een tournee met de Matthäus Passion van Johann Sebastian Bach geannuleerd.
Het beroemde ensemble kan de tour niet maken als gevolg van geldproblemen. Enerzijds speelt de kredietcrisis een rol, anderzijds het feit dat het ensemble subsidie is misgelopen.
Op 1 april zou de productie onder leiding van oprichter en dirigent Ton Koopman beginnen met een uitvoering in een goeddeels uitverkocht Concertgebouw in Amsterdam. Dit concert gaat eveneens niet door.
Hierna stonden uitvoeringen in Duitsland, Spanje en Italië op het programma. Als gevolg van de internationale kredietcrisis haakte als eerste een Nederlandse sponsor, goed voor twee concerten, af.
„Normaal gesproken had het orkest in zo’n noodsituatie overheidssubsidie kunnen aanwenden om zo’n acuut ontstaan financieel gat te dichten. Maar dit kan niet gebeuren omdat ons vorig jaar een meerjarige overheidssubsidie is ontzegd”, aldus Koopman. Volgens hem was dat om „zuiver bureaucratische redenen.”
De dirigent roept daarom vermogende liefhebbers van klassieke muziek op om het ensemble te helpen. „Het gaat niet om een groot financieel gat in onze jaarbegroting. Het overgrote deel daarvan weten wij namelijk zelf te verdienen. Maar zonder een zekere financiële basissteun is onder meer het draaiend houden van de noodzakelijk organisatie van het ensemble ondoenlijk”, zegt Koopman.
Het Concertgebouw zoekt nog naar een vervangend ensemble voor het concert op 1 april. Mensen die kaarten hebben gekocht voor de uitvoering van die dag, krijgen zo spoedig mogelijk thuis bericht. Mensen die zich niet kunnen vinden in de vervanging kunnen restitutie krijgen, aldus een woordvoerster.
Zij benadrukt dat het Concertgebouw de financiële problemen van het orkest zeer betreurt.
De Telegraaf geeft ook informatie over deze dramatische drooglegging:
Ton Koopman annuleert Matthäus-Passion in het Concertgebouw
„Stoppen kan ik niet”
door THIEMO WIND
AMSTERDAM, Het Concertgebouw heeft nog geen annuleringen binnengekregen ten gevolge van de kredietcrisis, meldde deze krant vier dagen geleden. Maar nu is de eerste afzegging een feit. Ton Koopman zou op 1 april de Matthäus-Passion van Bach dirigeren in de serie Wereldberoemde Barokorkesten. Dit weekeinde heeft hij moeten beslissen de hele tournee af te blazen, inclusief het concert in Amsterdam. Het is geen grap. „De musici zijn zeer aangeslagen”, zegt de dirigent.
Voor Koopman begon de misère toen de Rabobank besloot twee geplande sponsorconcerten in Leiden geen doorgang te laten vinden. De volgende tegenslag kwam uit Spanje, waar de crisis dusdanig om zich heen slaat dat muziekfestivals zwaar worden gekort. Ook in Madrid zijn het Amsterdams Barokorkest & Koor van Koopman plotseling niet meer welkom met de Matthäus. Daardoor is de tournee, die ook naar Duitsland en Italië zou voeren, niet meer rendabel te krijgen.
„Vroeger waren zulke tegenslagen nog wel met subsidie op te vangen”, vertelt Koopman. Maar zoals bekend is hij die ondersteuning van overheidswege sinds 1 januari kwijt. Gerechtelijke stappen tegen deze beslissing zal Koopman niet meer nemen. „De landsadvocaat heeft alles laten dichttimmeren.” De dirigent heeft zijn kantoorpersoneel inmiddels ontslagen, het bestuur is met gebogen hoofd opgestapt. „Als het aan mij ligt, vraag ik nooit meer subsidie aan in Nederland. Daarvoor voel ik me te zeer geschoffeerd. Ik moet toegeven: dit hebben we verloren. Maar ik wil niet als huilebalk bekend staan. De spirit is ongebroken.”
Problemen
Eerder dreigde Koopman desnoods naar Frankrijk te verhuizen, maar dit is door de economische crisis ook geen optie meer. Hij weet te melden dat zijn collega Marc Minkowski daar in de problemen zit. „Positief als ik ben, ben ik nu toch negatiever dan voorheen. Ik vestig mijn hoop op welgestelde Nederlanders die wellicht een financiële basis onder ons ensemble willen leggen.”
Geen Matthäus Passion door geldproblemen
AMSTERDAM – Het Amsterdam Baroque Orchestra & Choir van Ton Koopman heeft een tournee met de Matthäus Passion van Johann Sebastian Bach geannuleerd.
Het beroemde ensemble kan de tour niet maken als gevolg van geldproblemen. Enerzijds speelt de kredietcrisis een rol, anderzijds het feit dat het ensemble subsidie is misgelopen.
Op 1 april zou de productie onder leiding van oprichter en dirigent Ton Koopman beginnen met een uitvoering in een goeddeels uitverkocht Concertgebouw in Amsterdam. Dit concert gaat eveneens niet door.
Hierna stonden uitvoeringen in Duitsland, Spanje en Italië op het programma. Als gevolg van de internationale kredietcrisis haakte als eerste een Nederlandse sponsor, goed voor twee concerten, af.
„Normaal gesproken had het orkest in zo’n noodsituatie overheidssubsidie kunnen aanwenden om zo’n acuut ontstaan financieel gat te dichten. Maar dit kan niet gebeuren omdat ons vorig jaar een meerjarige overheidssubsidie is ontzegd”, aldus Koopman. Volgens hem was dat om „zuiver bureaucratische redenen.”
De dirigent roept daarom vermogende liefhebbers van klassieke muziek op om het ensemble te helpen. „Het gaat niet om een groot financieel gat in onze jaarbegroting. Het overgrote deel daarvan weten wij namelijk zelf te verdienen. Maar zonder een zekere financiële basissteun is onder meer het draaiend houden van de noodzakelijk organisatie van het ensemble ondoenlijk”, zegt Koopman.
Het Concertgebouw zoekt nog naar een vervangend ensemble voor het concert op 1 april. Mensen die kaarten hebben gekocht voor de uitvoering van die dag, krijgen zo spoedig mogelijk thuis bericht. Mensen die zich niet kunnen vinden in de vervanging kunnen restitutie krijgen, aldus een woordvoerster.
Zij benadrukt dat het Concertgebouw de financiële problemen van het orkest zeer betreurt.
De Telegraaf geeft ook informatie over deze dramatische drooglegging:
Ton Koopman annuleert Matthäus-Passion in het Concertgebouw
„Stoppen kan ik niet”
door THIEMO WIND
AMSTERDAM, Het Concertgebouw heeft nog geen annuleringen binnengekregen ten gevolge van de kredietcrisis, meldde deze krant vier dagen geleden. Maar nu is de eerste afzegging een feit. Ton Koopman zou op 1 april de Matthäus-Passion van Bach dirigeren in de serie Wereldberoemde Barokorkesten. Dit weekeinde heeft hij moeten beslissen de hele tournee af te blazen, inclusief het concert in Amsterdam. Het is geen grap. „De musici zijn zeer aangeslagen”, zegt de dirigent.
Voor Koopman begon de misère toen de Rabobank besloot twee geplande sponsorconcerten in Leiden geen doorgang te laten vinden. De volgende tegenslag kwam uit Spanje, waar de crisis dusdanig om zich heen slaat dat muziekfestivals zwaar worden gekort. Ook in Madrid zijn het Amsterdams Barokorkest & Koor van Koopman plotseling niet meer welkom met de Matthäus. Daardoor is de tournee, die ook naar Duitsland en Italië zou voeren, niet meer rendabel te krijgen.
„Vroeger waren zulke tegenslagen nog wel met subsidie op te vangen”, vertelt Koopman. Maar zoals bekend is hij die ondersteuning van overheidswege sinds 1 januari kwijt. Gerechtelijke stappen tegen deze beslissing zal Koopman niet meer nemen. „De landsadvocaat heeft alles laten dichttimmeren.” De dirigent heeft zijn kantoorpersoneel inmiddels ontslagen, het bestuur is met gebogen hoofd opgestapt. „Als het aan mij ligt, vraag ik nooit meer subsidie aan in Nederland. Daarvoor voel ik me te zeer geschoffeerd. Ik moet toegeven: dit hebben we verloren. Maar ik wil niet als huilebalk bekend staan. De spirit is ongebroken.”
Problemen
Eerder dreigde Koopman desnoods naar Frankrijk te verhuizen, maar dit is door de economische crisis ook geen optie meer. Hij weet te melden dat zijn collega Marc Minkowski daar in de problemen zit. „Positief als ik ben, ben ik nu toch negatiever dan voorheen. Ik vestig mijn hoop op welgestelde Nederlanders die wellicht een financiële basis onder ons ensemble willen leggen.”
zondag 18 januari 2009
Johan Helmich Roman
In 2008 is een fraaie dubbel-cd verschenen, bij Naxos, met werk van de Zweedse componist Johan Helmich Roman
(1694-1758), uitgevoerd door musici die deel hebben uitgemaakt van het bekende ensemble Musica Antiqua Köln. Het betreft hier de 12 sonates voor fluit (1727), en worden uitgevoerd door Verena Fischer (traverso), Klaus-Dieter Brandt (cell
o), en Léon Berben (klave-cimbel), op authentieke instrumenten.
Op de tweede foto ziet u, wanneer u daarop klikt, de gespeelde werken.
De muziek van Roman ligt goed in het gehoor, mede vanwege de mooi drive, e
n het speelse spel van Fischer, Brandt en Berben. Het is een genot om deze muziek te beluisteren: echte 'Tafelmuziek', die je regelmatig zult draaien.
Op de tweede foto ziet u, wanneer u daarop klikt, de gespeelde werken.
De muziek van Roman ligt goed in het gehoor, mede vanwege de mooi drive, e
maandag 15 december 2008
Jos van Velthoven kwarteeuw dirigent
In het Reformatorisch Dagblad van 18 december staat een uitvoerig interview met Jos van Velthoven, de dirigent van de Nederlandse Bachvereniging
Nieuwe wegen met oude muziek
Jaco van der Knijff
Vijfentwintig jaar geleden was hij een redelijk onopvallende dirigent. Maar een kwarteeuw samenwerking met De Nederlandse Bachvereniging maakte dat Jos van Veldhoven (1952) zich vandaag de dag mag rekenen tot de beste dirigenten in het segment oude muziek. Hij is het nog niet zat om steeds weer nieuwe wegen te bewandelen met oude noten.
De Geertekerk in Utrecht ligt
er deze dinsdagmiddag ogenschijnlijk verlaten bij. Wie over de drempel van het kerkje stapt, ziet echter dat het anders is. Het sfeervolle gebouw blijkt dienst te doen als repetitieruimte voor de musici van De Nederlandse Bachvereniging, een van Nederlands topensembles.
Banken staan er niet in de kerkzaal. Alleen wat stoelen aan de zijkant. In het midden is een eenvoudig podium gemaakt. Daarop een kistorgel en een tweeklaviersklavecimbel, ervoor zit de fagottist. Rechts vooraan een man met een teorbe, met naast hem twee blazers met een barokhobo. Helemaal vooraan een orgelbank. Voor de dirigent.
Met deze selectie uit z’n barokorkest begint Jos van Veldhoven vanmiddag de repetitie met de solisten. Op de lessenaar staat een van de meesterwerken van de naamgever van het ensemble: het Weihnachts-Oratorium, een verzameling van zes cantates voor de feestdagen rond Kerst.
Zaterdagmiddag is de oefenperiode begonnen, in Amsterdam. Gisteren is het gezelschap naar Utrecht verhuisd. Na de generale repetitie vanavond, waarbij vrienden van de Bachvereniging welkom zijn, moet alles in orde zijn. Morgen beginnen de musici hun reeks concerten in Den Haag, in de Dr. Anton Philipszaal. Om na Haarlem, Tilburg, Arnhem, Naarden, Rotterdam, Antwerpen, Madrid en Utrecht de reeks af te sluiten in de Westerkerk in Amsterdam. Tien concerten in dertien dagen.
Vertrouwen
Van Veldhoven lijkt op geen enkele manier gestrest. Blijkbaar heeft hij er alle vertrouwen in dat de musici hun huiswerk gedaan hebben. En dat vertrouwen wordt niet beschaamd. Als eerste nemen twee solisten vlak voor de dirigent plaats: de Duitse Ulrike Hofbauer (sopraan) en haar landgenoot Sebastian Noack (bas). In alledaagse kleding, voor het oog volkomen relaxed.
Even later klinkt het heerlijke duet ”Herr, dein Mitleid” uit de derde cantate van het oratorium. De lege ruimte van de Geertekerk is meteen gevuld. Wat een krachtige stemmen hebben deze zangers!
Het gaat direct helemaal gelijk. Van Veldhoven -hij communiceert nu in het Duits- heeft dan ook niet zo veel op te merken. „In maat 111 moeten jullie letten op de korte noten. Vooral als we in een kerk optreden moet je die wat overdrijven.”
De zangers mogen zich weer zelf gaan vermaken. Even later is te horen hoe Sebastian Noack in een andere ruimte bezig is loopjes te oefenen. Het schijnt de dirigent niet te deren.
Het is tijd voor de tenor, de Engelsman Charles Daniels. Ogenschijn-lijk nonchalant -broek in z’n sokken- stelt hij zich op. Maar als hij begint met de aria ”Nun mögt ihr stolzen Feinde schrecken” uit de zesde cantate, geeft hij zich direct helemaal over aan de muziek. „Thank you so much”, is de reactie van Van Veldhoven. De tenor is klaar voor vanmiddag.
Intussen druppelen de andere leden van het
barokorkest binnen. Ook de laatste solist meldt zich: Matthew White (Canada) zal tijdens de tournee de altpartij voor z’n rekening nemen. Met een fles water in z’n hand neemt hij plaats voor de dirigent.
Even later klinkt zijn hoge, ijle stem met Bachs aria ”Schliesse, mein Herze” uit de derde cantate. De violiste die nu meespeelt moet duidelijk nog even wennen. Ze zit ook ver bij continuospeler Pieter-Jan Belder (kistorgel) vandaan. „Dat is een beetje link”, aldus de dirigent. Maar ook nu heeft Van Veldhoven slechts een enkele opmerking over de uitvoering.
Bij de forse basaria ”Grosser Herr und starker König” is nagenoeg het hele orkest nodig; alleen de stoelen van de paukenist en van de twee bespelers van de hobo da caccia (een jachthoorn) zijn nog leeg. Ook al speelt er nu zestien man mee, de stem van Sebastian Noack is sterk genoeg om verstaanbaar te blijven. Loopjes, trillers, coloraturen: het gaat allemaal even vanzelfsprekend.
Matthew White zit intussen aan de zijkant wijdbeens op de grond, terwijl hij met zijn hoofd de stenen vloer probeert te raken. De rek- en strekoefeningen moeten hem soepel houden. De alt vertelt dat hij speciaal voor dit project over is komen vliegen uit Canada. Hij werkt graag samen met Van Veldhoven. „Hij geeft je de ruimte om jezelf te zijn in de manier waarop je zingt.”
Is het niet moeilijk om in een paar dagen tijd klaar te zijn voor een tournee? "De afspraken zijn twee jaar geleden al gemaakt. Dus wat je moet zingen, weet je al heel lang. En de interpretatie: dat gaat eigenlijk vanzelf. Op het moment dat je hier binnenstapt, voel je aan hoe het moet gaan klinken.”
De Canadees hangt z’n rugtas op z’n rug, zet een petje op en verdwijnt. Pas vanavond moet hij weer aantreden.
Topmusici
Jos van Veldhoven ziet de tournee helemaal zitten, zegt hij na afloop. „Het zijn stuk voor stuk topmusici met wie ik samenwerk. De meesten hebben deze muziek al heel wat keren gezongen, ook in ander verband. Wat in deze oefendagen moet gebeuren, is dat de neuzen dezelfde kant op gaan wijzen.”
Voor hemzelf is de muziek eveneens verre van nieuw. Het Weihnachts-Oratorium hoort samen met Bachs Matthäus Passion en de Johannes Passion tot het kernrepertoire van zijn ensemble. Toch zorgt Van Veldhoven ervoor dat er uitdagingen blijven. Hij staat er zelfs om bekend dat hij als een van de weinige oudemuziekvoortrekkers een pioniersdrift heeft.
De dirigent glimlacht. „Inderdaad is deze uitvoering van Bachs kerstoratorium weer heel anders dan bijvoorbeeld de opname die we in 2002 ervan maakten. Het concept van de kleine bezetting pas ik nu ook op dit werk van Bach toe.”
Hij doelt op zijn geruchtmakende aanpak van onder andere de Matthäus Passion, waardoor een paar jaar geleden een ware muzikale richtingenstrijd losbarstte. Van Veldhoven koos ervoor de Matthäus uit te voeren met slechts twee keer acht zangers, waarbij de solisten ook de koorgedeelten zingen. Volgens hem wordt de muziek daardoor veel transparanter dan wanneer een groot koor en solisten het werk uitvoeren. Inmiddels kregen ook Bachs Johannes Passion en de Hohe Messe zo’n behandeling.
En nu dan het Weihnachts-Oratorium. Als het complete koor er is, zijn ze met z’n twaalven: naast de vier solisten nog twee keer vier zangers. „Het ene kwartet staat daar links achterin, de andere vier staan rechts”, wijst Van Veldhoven. „En dat heeft een heel ruimtelijk effect. Wat ik ook heel belangrijk ben gaan vinden: de solisten zijn zo veel meer geïntegreerd in het geheel, doordat ze alle koorstukken zingen. Hoe vaak zie je niet dat een bas bij de Matthäus Passion soms bijna een uur moet zitten wachten tot hij weer een paar woorden mag zingen? Dat komt de betrokkenheid niet ten goede.”
De pioniersdrift van Van Veldhoven wordt ook duidelijk in de programmering van deze kersttournee. Niet het hele Weihnachts-Oratorium wordt uitgevoerd, maar slechts drie delen ervan: de eerste drie cantates. Ter afwisseling staat het motet ”Fröhlich soll mein Herze springen” van de 17e-eeuwse Duitse componist Johann Crüger op het programma. Ook speelt het orkest, ter inleiding op de derde cantate, een pastorale (herderslied) van Bachs tijdgenoot Johann David Heinichen.
Nieuwe wegen met oude muziek
Jaco van der Knijff
Vijfentwintig jaar geleden was hij een redelijk onopvallende dirigent. Maar een kwarteeuw samenwerking met De Nederlandse Bachvereniging maakte dat Jos van Veldhoven (1952) zich vandaag de dag mag rekenen tot de beste dirigenten in het segment oude muziek. Hij is het nog niet zat om steeds weer nieuwe wegen te bewandelen met oude noten.
De Geertekerk in Utrecht ligt
er deze dinsdagmiddag ogenschijnlijk verlaten bij. Wie over de drempel van het kerkje stapt, ziet echter dat het anders is. Het sfeervolle gebouw blijkt dienst te doen als repetitieruimte voor de musici van De Nederlandse Bachvereniging, een van Nederlands topensembles.Banken staan er niet in de kerkzaal. Alleen wat stoelen aan de zijkant. In het midden is een eenvoudig podium gemaakt. Daarop een kistorgel en een tweeklaviersklavecimbel, ervoor zit de fagottist. Rechts vooraan een man met een teorbe, met naast hem twee blazers met een barokhobo. Helemaal vooraan een orgelbank. Voor de dirigent.
Met deze selectie uit z’n barokorkest begint Jos van Veldhoven vanmiddag de repetitie met de solisten. Op de lessenaar staat een van de meesterwerken van de naamgever van het ensemble: het Weihnachts-Oratorium, een verzameling van zes cantates voor de feestdagen rond Kerst.
Zaterdagmiddag is de oefenperiode begonnen, in Amsterdam. Gisteren is het gezelschap naar Utrecht verhuisd. Na de generale repetitie vanavond, waarbij vrienden van de Bachvereniging welkom zijn, moet alles in orde zijn. Morgen beginnen de musici hun reeks concerten in Den Haag, in de Dr. Anton Philipszaal. Om na Haarlem, Tilburg, Arnhem, Naarden, Rotterdam, Antwerpen, Madrid en Utrecht de reeks af te sluiten in de Westerkerk in Amsterdam. Tien concerten in dertien dagen.
Vertrouwen
Van Veldhoven lijkt op geen enkele manier gestrest. Blijkbaar heeft hij er alle vertrouwen in dat de musici hun huiswerk gedaan hebben. En dat vertrouwen wordt niet beschaamd. Als eerste nemen twee solisten vlak voor de dirigent plaats: de Duitse Ulrike Hofbauer (sopraan) en haar landgenoot Sebastian Noack (bas). In alledaagse kleding, voor het oog volkomen relaxed.
Even later klinkt het heerlijke duet ”Herr, dein Mitleid” uit de derde cantate van het oratorium. De lege ruimte van de Geertekerk is meteen gevuld. Wat een krachtige stemmen hebben deze zangers!
Het gaat direct helemaal gelijk. Van Veldhoven -hij communiceert nu in het Duits- heeft dan ook niet zo veel op te merken. „In maat 111 moeten jullie letten op de korte noten. Vooral als we in een kerk optreden moet je die wat overdrijven.”
De zangers mogen zich weer zelf gaan vermaken. Even later is te horen hoe Sebastian Noack in een andere ruimte bezig is loopjes te oefenen. Het schijnt de dirigent niet te deren.
Het is tijd voor de tenor, de Engelsman Charles Daniels. Ogenschijn-lijk nonchalant -broek in z’n sokken- stelt hij zich op. Maar als hij begint met de aria ”Nun mögt ihr stolzen Feinde schrecken” uit de zesde cantate, geeft hij zich direct helemaal over aan de muziek. „Thank you so much”, is de reactie van Van Veldhoven. De tenor is klaar voor vanmiddag.
Intussen druppelen de andere leden van het
barokorkest binnen. Ook de laatste solist meldt zich: Matthew White (Canada) zal tijdens de tournee de altpartij voor z’n rekening nemen. Met een fles water in z’n hand neemt hij plaats voor de dirigent.Even later klinkt zijn hoge, ijle stem met Bachs aria ”Schliesse, mein Herze” uit de derde cantate. De violiste die nu meespeelt moet duidelijk nog even wennen. Ze zit ook ver bij continuospeler Pieter-Jan Belder (kistorgel) vandaan. „Dat is een beetje link”, aldus de dirigent. Maar ook nu heeft Van Veldhoven slechts een enkele opmerking over de uitvoering.
Bij de forse basaria ”Grosser Herr und starker König” is nagenoeg het hele orkest nodig; alleen de stoelen van de paukenist en van de twee bespelers van de hobo da caccia (een jachthoorn) zijn nog leeg. Ook al speelt er nu zestien man mee, de stem van Sebastian Noack is sterk genoeg om verstaanbaar te blijven. Loopjes, trillers, coloraturen: het gaat allemaal even vanzelfsprekend.
Matthew White zit intussen aan de zijkant wijdbeens op de grond, terwijl hij met zijn hoofd de stenen vloer probeert te raken. De rek- en strekoefeningen moeten hem soepel houden. De alt vertelt dat hij speciaal voor dit project over is komen vliegen uit Canada. Hij werkt graag samen met Van Veldhoven. „Hij geeft je de ruimte om jezelf te zijn in de manier waarop je zingt.”
Is het niet moeilijk om in een paar dagen tijd klaar te zijn voor een tournee? "De afspraken zijn twee jaar geleden al gemaakt. Dus wat je moet zingen, weet je al heel lang. En de interpretatie: dat gaat eigenlijk vanzelf. Op het moment dat je hier binnenstapt, voel je aan hoe het moet gaan klinken.”
De Canadees hangt z’n rugtas op z’n rug, zet een petje op en verdwijnt. Pas vanavond moet hij weer aantreden.
Topmusici
Jos van Veldhoven ziet de tournee helemaal zitten, zegt hij na afloop. „Het zijn stuk voor stuk topmusici met wie ik samenwerk. De meesten hebben deze muziek al heel wat keren gezongen, ook in ander verband. Wat in deze oefendagen moet gebeuren, is dat de neuzen dezelfde kant op gaan wijzen.”

Voor hemzelf is de muziek eveneens verre van nieuw. Het Weihnachts-Oratorium hoort samen met Bachs Matthäus Passion en de Johannes Passion tot het kernrepertoire van zijn ensemble. Toch zorgt Van Veldhoven ervoor dat er uitdagingen blijven. Hij staat er zelfs om bekend dat hij als een van de weinige oudemuziekvoortrekkers een pioniersdrift heeft.
De dirigent glimlacht. „Inderdaad is deze uitvoering van Bachs kerstoratorium weer heel anders dan bijvoorbeeld de opname die we in 2002 ervan maakten. Het concept van de kleine bezetting pas ik nu ook op dit werk van Bach toe.”
Hij doelt op zijn geruchtmakende aanpak van onder andere de Matthäus Passion, waardoor een paar jaar geleden een ware muzikale richtingenstrijd losbarstte. Van Veldhoven koos ervoor de Matthäus uit te voeren met slechts twee keer acht zangers, waarbij de solisten ook de koorgedeelten zingen. Volgens hem wordt de muziek daardoor veel transparanter dan wanneer een groot koor en solisten het werk uitvoeren. Inmiddels kregen ook Bachs Johannes Passion en de Hohe Messe zo’n behandeling.
En nu dan het Weihnachts-Oratorium. Als het complete koor er is, zijn ze met z’n twaalven: naast de vier solisten nog twee keer vier zangers. „Het ene kwartet staat daar links achterin, de andere vier staan rechts”, wijst Van Veldhoven. „En dat heeft een heel ruimtelijk effect. Wat ik ook heel belangrijk ben gaan vinden: de solisten zijn zo veel meer geïntegreerd in het geheel, doordat ze alle koorstukken zingen. Hoe vaak zie je niet dat een bas bij de Matthäus Passion soms bijna een uur moet zitten wachten tot hij weer een paar woorden mag zingen? Dat komt de betrokkenheid niet ten goede.”
De pioniersdrift van Van Veldhoven wordt ook duidelijk in de programmering van deze kersttournee. Niet het hele Weihnachts-Oratorium wordt uitgevoerd, maar slechts drie delen ervan: de eerste drie cantates. Ter afwisseling staat het motet ”Fröhlich soll mein Herze springen” van de 17e-eeuwse Duitse componist Johann Crüger op het programma. Ook speelt het orkest, ter inleiding op de derde cantate, een pastorale (herderslied) van Bachs tijdgenoot Johann David Heinichen.
Abonneren op:
Posts (Atom)